U bent hier

Douliez Jean François (1903-1987)

Douliez Jean
Social Media: 

Jan (Jean-François) Douliez (Hasselt 1903 – Brussel 1987) kreeg op vijfjarige leeftijd de eerste muzikale basisprincipes mee van zijn moeder, net zoals zijn broers Paul (1905-1989) en Laurent (1908-1938). Zijn vader, Hendricus Franciscus (°1876), was dan weer verbonden aan de muziekkapel van het 11e linieregiment te Hasselt. De grootvader van Hendrik Frans was Alexander Josephus Douliez (1794-1865). Alexander was tevens de grootvader van Frans Hippoliet Douliez (°1872), die net zoals zijn neef Hendrik Frans muzikant was bij de muziekkapel. In deze muzikale familie kreeg Jan als getalenteerd kind de kans om eerst in Limburg en vervolgens in Antwerpen en Parijs muzikale studies aan te vatten. Eerst studeerde hij viool aan het Stedelijke Muziekschool van Hasselt waar hij in 1917 en 1918 respectievelijk een eerste prijs en een prijs voor uitmuntendheid voor zijn instrument behaalde. Vervolgens studeerde hij verder aan de Limburgse orgelschool waar hij piano, orgel, gregoriaans en harmonie volgde. Tijdens zijn studies aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen behaalde Douliez in 1922 een eerste prijs notenleer bij Albert De Schacht en studeerde hij ook viool (Désiré Defauw), kamermuziek en orkestspel (Constant Lenaerts), harmonie (Lodewijk De Vocht) en Nederlandse letterkunde (Arthur Cornette jr.). Dit combineerde hij met een job als tweede viool in het orkest van de Franse Opera en de Nieuwe Concerten.

Na zijn studies was hij achtereenvolgens musicus op een schip (1923) en repetitor in het Hippodroomorkest samen met Henri Kennis (1925-1926), alvorens hij in 1927 in Parijs terug les ging volgen. Ditmaal volgde hij compositie bij Vincent d’Indy en kamermuziek bij Lucien Capet. Hierdoor kon hij tweede viool spelen in het strijkkwartet van Capet. Twee jaar later ging hij als dirigent mee met de operatournee van de Opera van Parijs. In 1932 was hij dan weer violist bij de Koninklijke Vlaamse Opera van Antwerpen om in 1934 zijn eigen kamerensemble op te richten en ermee doorheen Europa te trekken. Zijn diploma als docent muzikale opvoeding behaalde hij in 1936, waarna hij van 1938 tot 1945 leraar was aan de nieuw opgerichte Nederlandstalige Rijksmiddelbare Scholen in Brussel. Gedurende WO II maakte hij als violist deel uit van het Omroeporkest van het NIR, maar speelde hij ook viool en trombone in het jazzorkest van Stan Brenders.

Na WO II werd Douliez naar Brazilië gestuurd door culturele zendingen van de Belgische Regering. Hier vestigde hij zich in 1949. In Brazilië zette hij zijn muzikale carrière verder als dirigent van het stedelijk symfonieorkest en symfonieorkest van de militaire school te Belo Horizonte. In opdracht van de overheid richtte Douliez in 1954 een conservatorium op te Goiâna. Deze school groeide snel en werd een faculteit aan de Universidade Federal de Goiás. Met oorspronkelijk twee leraren – Douliez gaf alle vakken behalve notenleer – en 80 leerlingen groeide het conservatorium uit tot een instelling met 60 professoren en 1300 studenten. Op deze manier kon hij in Brazilië Vlaamse muziek promoten. Tegelijkertijd volgde Douliez een opleiding aan de faculteit letteren en wijsbegeerte waarin hij tevens promoveerde tot ‘Professor do ensino superior’. Hij werkte voor verschillende Braziliaanse dagbladen waar hij inbreng had in de muziek- en literatuursectie. Nadat hij hoogleraar in Franse taal en literatuur en later ook dr. honoris causa werd aan de Academia de Letras van Brazilië, werd hij ook corresponderend lid van deze instelling. Na 17 jaar keerde hij terug naar België en meer bepaald Gent, waar hij dirigent was in verscheidene orkesten en het Gents Symfonisch Studie-Orkest oprichtte in 1981. Verder was hij in verschillende conservatoria en muziekacademies in Vlaanderen een veelgevraagd jurylid.

Zowel voor, tijdens als na zijn verblijf in Brazilië componeerde Douliez een groot aantal werken. Hij toonzette vooral vocale werken, zoals de opera buffa Een vrolijke revolutie op een libretto van H. Caspeele, die in de Koninklijke Opera van Gent in 1973 als wereldcreatie werd opgevoerd. Zijn oratorium L’annonce faite à Marie op een tekst van P. Claudel werd in Brasília dan weer meerdere keren uitgevoerd. Daarnaast vallen er nog koorwerken en (kinder)liederen onder zijn vocale composities, bijvoorbeeld Twee vrienden en O Land!, beide op een tekst van B. Engels. Daarnaast componeerde hij ook missen en instrumentale werken. Deze laatste omvatten onder meer solostukken, kamermuziek, balletten en orkestwerken, bijvoorbeeld de symfonie Nirwana en de Aequationes Symfonie.  Naar aanleiding van Douliez’ vertrek naar Brazilië bewerkte Lodewijk De Vocht het Braziliaanse volkslied, waarvan de partituur wordt bewaard in het Koninklijk conservatorium van Antwerpen. Opmerkelijk is dat de composities van Douliez in het buitenland vaker worden uitgevoerd dan in België.

 

 

Bronnen: