U bent hier

Vila Belga (Santa Maria)

Location: 
Rua Dr. Wauthier, Santa Maria - Rio Grande do Sul
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas
Tipologia: 
Beschermd: 
sim
Santa Maria Vila Belga Rua Wauthier 01
Santa Maria Vila Belga Rua Wauthier 01
Santa Maria Vila Belga Rua Andre Marques 02
Santa Maria Vila Belga Rua Marques 02
Santa Maria Vila Belga Rua Andre Marques 01
Santa Maria Vila Belga Rua Marques 01
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 07
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 07
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 07
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 06
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 05
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 05
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 04
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 04
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 03
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 03
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 02
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 02
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 01
Santa Maria Vila Belga Rua Manoel Ribas 01
Santa Maria Vila Belga Rua Beck 02
Santa Maria Vila Belga Rua Beck 02
Santa Maria Vila Belga Rua Beck 01
Santa Maria Vila Belga Rua Beck 01

De Vila Belga is een woonwijk die gebouwd werd in 1905-1907 door het bedrijf ‘Compagnie Auxiliaire des Chemins de Fer au Brésil‘ ter huisvestiging van zijn spoorwegbedienden. Het adjectief “Belga” verwijst naar de nationaliteit van het bedrijf en zijn eerste bewoners. De wijk ligt nabij het spoorwegstation van de stad Santa Maria in de Zuid-Braziliaanse staat Rio Grande do Sul. Behalve woningen werden in de wijk ook de hoofdzetel van de ‘Cooperativa de Consumo dos Empregados da Viação Férrea do Rio Grande do Sul’ (CEVFRGS), de spoorwegclub en vijf magazijnen geconstrueerd. Ontwerper van de wijk is de belgische ingenieur Gustave Vauthier, toenmalige spoorwegdirecteur.

In 1898 verkrijgt het Belgisch bedrijf Compagnie Auxiliaire des Chemins de Fer au Brésil (Auxiliaire) het pachtrecht voor de spoorlijn Porto Alegre - Uruguaiana in Rio Grande do Sul, de zuidelijkste staat van Brazilië. Kort hierop, in 1901, verhuist ze haar werkateliers van Taquari naar Santa Maria. In 1905, toen ze de rechten verwierf over het eengemaakte spoorlijnnetwerk van Rio Grande do Sul, de Viação Férrea do Rio Grande do Sul (VFRGS), verhuisde ook haar hoofdzetel naar Santa Maria. In die periode had ook een ander Belgisch bedrijf, de Compagnie des Chemins de Fer du Sud-Ouest Brésiliens, die de spoorlijn Santa Maria - Cruz Alta uitbaatte, al haar zetel in dezelfde stad. Santa Maria was immers een strategische keuze. Na de geplande verlenging van de spoorlijn Santa Maria - Cruz tot in Marcelino Ramos en vandaar tot in São Paulo (gerealiseerd in 1910) werd duidelijk dat deze stad hét spoorwegknooppunt van Rio Grande do Sul zou worden. Santa Maria behield trouwens deze positie tot midden de jaren 1960 toen, onder andere, het groeiende autoverkeer leidde tot het verval van de spoorweginfrastructuur.

Het project van de Belgische ingenieur Gustave Vauthier

Om haar medewerkers te huisvesten, verwierf de Auxiliaire op 9 augustus 1905 een stuk grond in de nabijheid van het station van Santa Maria en begon met de bouw van een reeks woningen die vandaag bekend zijn als "Vila Belga". Het project werd ontwikkeld door de Belgische ingenieur en toenmalige directeur, Gustave Vauthier. Eén van de straten van de wijk kreeg later zijn naam.

Vooral bedienden betrokken bij de dagdagelijkse werking van de spoorwegmaatschappij woonden in de Vila Belga. De spoorwegarbeiders woonden in houten barakken in de wijk Itararé gelegen aan de andere kant van de spoorlijn. De directeuren van de Auxiliaire woonden in de landhuizen van de Avenida do Progresso (Vooruitgangslaan), de huidige Avenida Rio Branco, die het station verbond met het centrum van Santa Maria. Ingenieur Vauthier bouwde in deze laan zijn eigen huis, dat later jammer genoeg afgebroken werd. De woning van een andere directeur, Manoel Ribas, bevindt zich nog steeds in de Avenida Rio Branco op nr. 303.

Er zijn weinig gegevens bekend over het aantal medewerkers dat de Belgische spoorwegmaatschappij tewerkstelde in Santa Maria. Historicus Antônio Isaía schat dat er in 1921 in de werkplaatsen van Santa Maria 589 arbeiders werkten.

De Belgische wijk was het tweede voor werknemers gebouwde wooncomplex in de staat Rio Grande do Sul. Aanvankelijk bestond het alleen uit wooneenheden verspreid over vier straten: twee Oost-West georiënteerd, de straat Coronel Ernesto Beck die 32 wooneenheden telde, en de straat Pinheiro Machado (huidige Manoel Ribas) met 28 eenheden; en twee straten in de richting Noord-Zuid, de straat Garibaldi (huidige Dr. Wauthier) met 10 eenheden en de straat Coronel André Marques met 13.

Santa Maria Vila Belga Rua Marques

Later werden in deze wijk een apotheek, het clubhuis voor de medewerkers en de zetel van de coöperatieve vennootschap in de Vila Belga gebouwd. In de stad Santa Maria bouwde de Auxiliaire ook een ambachtsschool (1918-1920), een slagerij (1920), een andere school (1924-1930), een gezondheidsdienst (1931 - 1933), een bakkerij en koekjesfabriek (1962), naast een drukkerij, een koffiebranderij en magazijnen.

De bouw werd in verschillende fasen gerealiseerd tussen 1905 en 1907, al is er discussie over deze data. De informatieborden aan de ingang van de wijk, met teksten van de Stedelijke dienst voor Toerisme, melden dat de wijk in 1903 werd ingehuldigd met als oprichter de Belgische ingenieur Gustave Wauthier [sic]. Prof. Dr. Caryl Lopes weerlegt deze data. In zijn boek Anais do seminário: Território, patrimônio e memória (Santa Maria, 2001) publiceerde hij een uittreksel van de notariële akte van aankoop. Daaruit blijkt dat de Auxiliaire op 9 augustus 1905 een terrein met een oppervlakte van 47.250 m² kocht van Osvaldo Beck en zijn echtgenote Luiza. Nu is het in Brazilië niet ongebruikelijk dat huizen gebouwd worden vooraleer de officiële akte verleden wordt, maar dat een buitenlandse maatschappij deze praktijken zou toepassen, is erg onwaarschijnlijk. Welicht werd het laatste huis begin april 1907 gebouwd. Officiële documenten ontbreken, maar de datum wordt gestaafd door een nieuwsbericht in de krant A Tribuna van 13 april 1907: de politie moest interveniëren in een ruzie tussen arbeiders op een uit de hand gelopen feestje ter gelegenheid van de bouw van de laatste woning.

Belgische inspiratie

Voor de constructie van de wijk liet ingenieur Vauthier zich duidelijk inspireren door de Traité d’Architecture van Louis Cloquet, een vijfdelig handboek voor architecten, gepubliceerd in Parijs en Luik tussen 1898 en 1901. Louis Cloquet (1849 Seneffe – 1920 Gent) behaalde in 1871 aan de École Speciale du Génie Civil et des Arts et Manufactures van de Rijksuniversiteit Gent met de grootste onderscheiding het diploma van burgerlijk ingenieur van Bruggen en Wegen. Hij was stadsarchitect van Gent, waar hij onder ander het Postgebouw aan de Korenmarkt en het Sint-Pietersstation realiseerde, en ook auteur en docent. Naast de Gentse universiteit, waar hij in 1894 tot gewoon hoogleraar benoemd werd, doceerde hij eveneens aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Zijn talrijke publicaties werden over de gehele wereld verspreid. In São Paulo, bijvoorbeeld, werd zijn “Traité d'Architecture” gebruikt als tekstboek in de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de Polytechnische School, opgericht door de Braziliaanse architect Ramos de Azevedo die in 1878 afstudeerde aan dezelfde Rijksuniversiteit van Gent.

Een exemplaar van de “Traité d'Architecture” werd ook gevonden in de bibliotheek van Vauthier en maakt momenteel deel uit van de Universiteitsbibliotheek van de Universidade Federal de Santa Maria. Hierbij moet opgemerkt worden dat ook Gustave Vauthier afstudeerde als burgerlijk ingenieur van Bruggen en Wegen in 1884 in Gent, weliswaar voor de aanstelling van Cloquet.

De invloed van Cloquet op Vila Belga werd in detail onderzocht door Prof. Dr. Ricardo Rocha. Hij wijst onder andere op de inplanting van de wijk, de ruimtelijke ordening, de woningtypes, de aandacht voor ventilatie en sanitaire voorzieningen én op de onderlinge diversiteit van de woningen. Cloquet bekritiseerde de uniformiteit van de bestaande arbeiderswijken, waardoor ze menselijke waardigheid en individualiteit van de arbeiders negeren en monotonie en banaliteit scheppen. Vauthier was zich duidelijk bewust van deze bezorgdheid en creëerde verschillende woningtypes. Hoewel de woningen variëren in grootte, variëren ze niet in kwaliteit. Ze werden ook niet sociaal gedifferentieerd naar de rang van de werknemer, zoals wel het geval was in het door een Engelse spoorwegmaatschappij gebouwde Paranapiacaba (São Paulo).

Tijdens het onderzoek voorafgaand aan het proces van bescherming van de wijk werden de 80 overgebleven woningen onderverdeeld in 5 types:

  • Type 1 – vrijstaande dubbelwoning met gemeenschappelijk muur, toegang via de zijgevels en vier schuiframen (twee per eenheid) in de voorgevel;
  • Type 2 - vrijstaande dubbelwoning met gemeenschappelijk muur, voordeuren naast elkaar in de voorgevel met vier schuiframen (twee per eenheid);
  • Type 3 - vrijstaande dubbelwoning met gemeenschappelijk muur en vier schuiframen (twee per eenheid) in de voorgevel, een blinde zijmuur en laterale toegang via de achterbouw;
  • Type 4 - vrijstaande dubbelwoning met gemeenschappelijk muur met zes schuiframen in de voorgevel (drie per eenheid) en gescheiden voordeuren in de voorgevel;
  • Type 5 - vrijstaande dubbelwoning met gemeenschappelijk muur met vier schuiframen in de voorgevel (twee per eenheid) en gescheiden voordeuren in de voorgevel.

De woningen in de Vila Belga hebben geen verdieping. Sommige, gelegen op een hellend terrein, hebben een kelder. Ze vormen een set vrij uniforme volumes, maar deuren en ramen worden omlijst door verschillende stijlfiguren. Alle voordeuren hebben ofwel een venster in de deur zelf of boven de deur. De ramen zijn van het guillotin-type die verticaal openen, tellen 12 of 24 ruitjes en zijn intern beveiligd met luiken. De buitenmuren en deze die de dubbelwoning scheiden, zijn uitgevoerd in metselwerk van massieve keramische stenen met mortel van kalk en zand. De daken zijn bedekt met Braziliaanse koloniale keramische tegels en rusten op een houtstructuur van kokosnootbomen. De houten binnenvloeren werden verhoogd om ze te beschermen tegen vocht. Ook de eenvoudige en makkelijk te verplaatsen binnenwanden zijn van hout. Ze konden aangepast worden aan de noden van de familie die het huis bewoonde. Elk huis beschikte over een individuele waterbron en de latrine was gelegen aan de achterzijde van de woning. De woningen hadden trouwens een relatief grote hof die meestal als moestuin gebruikt werd.

De gebruikte bouwmaterialen komen uit de regio die verschillende steengroeven telde. De overvloedig aanwezige rode zandsteen werd voornamelijk gebruikt in de fundamenten van gebouwen, zoals kan geobserveerd worden in de Vila Belga en in het station. Ook het gebruikte hout was van lokale oorsprong. Het was van uitstekende kwaliteiten en werd zowel gebruikt in de bouwconstructie als voor de spoordwarsliggers.

De Vila Belga vandaag

Sedert 6 januari 1988 is de Vila Belga beschermd door de gemeente. Later volgde ook een bescherming door de deelstaat Rio Grande do Sul. Op 13 november 1997 werden de huizen verkocht op een veiling, waar de meeste bewoners hun huurhuis aankochten.

Santa Maria Vila Belga SignalizaçãoDe Belgische wijk is een begrip in Santa Maria. Verschillende wegwijzers tonen haar richting aan. De lokale bevolking overspoelt elke eerste en derde zondag van de maand haar straten tijdens de aldaar gehouden vlooienmarkt. Studenten antropologie, geschiedenis, architectuur en urbanisme schreven er tientallen dissertaties over. De wijk is ook geregeld onderwerp van een wetenschappelijk symposium of seminarie. De wijk inspireerde ook de Belgische schrijfster Evelyne Heuffel voor haar roman “Villa Belga : échos d'une émigration dans le sud du Brésil (1904-1910)” (Bruxelles : M.E.O., 2013).

De voorbije jaren werden enkele revitaliseringsprojecten uitgevoerd. In 2012 voerde het Stadsbestuur het project ‘Reviva Centro’ uit dat resulteerde in de heraanleg van de voetpaden, herschilderen van de voorgevels en plaatsen van verlichtingspalen. Helaas constateerde ik tijdens mijn bezoek in maart 2016 dat de kwaliteit ondermaats was. Trottoirstenen zijn gebroken of overwoekerd door gras en ook van verschillende verlichtingsposten resten nog enkel de verankeringsbouten. En waterinfiltratie zorgt al voor afbladerende bepleistering.

Toch is er hoop. In december 2015 stelde de Gemeenteraad een project voor tot ontwikkeling van een historische, culturele en gastronomische pool, genaamd ‘Vila Belga – Centro Histórico’ bestaande uit het station, de Belgische wijk en een gedeelte van de Avenida Rio Branco.

We duimen voor de realisatie van dit project en hopen dat de Belgische bijdrage aan Santa Maria en aan Rio Grande do Sul, in zijn historische, architecturale en culturele dimensie voor de toekomst gevrijwaard wordt.

Bronnen:

  • A Vila Belga / Caryl Eduardo Jovanovich Lopes em “Anais do seminário: Território, patrimônio e memória” (Santa Maria, 2001) p. 122-147
  • A Conpagnie Auxiliaire de Chemins de Fer au Brésil e a cidade de Santa Maria no Rio Grande do Sul, Brasil / Caryl Eduardo Jovanovich Lopes (Tese de Doutorado - Barcelona, Catalunha, Espanha – 2002)
  • Vilas ferroviárias no Brasil: Os casos de Paranapiacaba em São Paulo e da Vila Belga no Rio Grande do Sul / Anna Eliza Finger (Dissertação de Mestrado - UnB - 2009)
  • Verticalidades e horizontalidades nos usos do território de Santa Maria-RS / José Odim Degrandi (Dissertação de Doutorado - Santa Cruz do Sul – 2012)
  • O conjunto operário da Vila Belga em Santa Maria (RS) / Ricardo Rocha

Interviews door Marc Storms (maart 2016) met:

  • prof. Dr. Caryl Eduardo Jovanovich Lopes;
  • bewoner Paulo Conceição;
  • toeristische gids Carmen Lorenci

Video: Video over Vila Belga op de website van de ‘Prefeitura Municipal Santa Maria’

Tekst en foto’s: Marc Storms, maart 2016